|
|
HISTORIE
In China gaat de geschiedenis van de acupunctuur zo'n vijfduizend jaar terug. Uit inscripties in steen en andere bronnen blijkt, dat men toen al op de hoogte was van een relatie tussen de oppervlakte van het lichaam en de inwendige organen. Proefondervindelijk heeft men geconstateerd dat door het prikkelen, verwarmen of masseren van drukpijnlijke plaatsen op het lichaam het probleem opgelost werd. Het basisprincipe van de acupunctuur - Yin en Yang - werd reeds eeuwenlang bij talrijke volkeren toegepast.
De "Gele Keizer Huang Ti" (2674-2575 v.Chr.) heeft veel bijgedragen tot het inventariseren en vastleggen van die kennis. Tijdens de Ching-dynastie (1644-1922) kwam er een kentering toen de westerse missionarissen de medische verworvenheden uit hun moederland importeerden. Pas in 1949 werd China zich opnieuw bewust van haar eeuwenoude rijke medische traditie. In het Westen was de acupunctuur niet onbekend. In Nederland zijn De Bond (1657) en Ten Rhijne (1683) de oudst bekende auteurs over dit onderwerp. In Engeland, Duitsland, Oostenrijk en Frankrijk verschenen in het begin van de vorige eeuw publicaties. Pas na het bezoek van oud-president Nixon (van de Verenigde Staten) was er echter plotseling sprake van een wereldwijde belangstelling waarbij overigens nogal eenzijdig de rol van acupunctuur bij pijnbestrijding benadrukt werd.
De acupunctuur heeft in Nederland sinds de zeventiger jaren een vaste plaats ingenomen in de samenleving. Door het bieden van een andere benaderingswijze vervult acupunctuur zowel een additieve als een alternatieve functie ten aanzien van de reguliere geneeskunde. Hoewel deze geneesmethode een breed indicatieveld heeft, zijn de meest bekende tot op heden, de pijnbestrijding en het stoppen met roken. De effectiviteit van acupunctuur werd nogmaals bewezen door Dr. H.G. Kho in zijn proefschrift Acupuncture in Anaesthesia and Surgery, Studies in China and the Netherlands (1991, Katholieke Universiteit Nijmegen).
|